wpe6b2d1fb.png
wpccd84ce4_0f.jpg
wp68f31b04_0f.jpg

Word lid van de facebookgroep: “ De RR zitten in Antwerpen!”

wpaf04c12d.png

Dag Marie,

 

Maandagavond hebben we, tegen beter weten in, getoost op het nieuwe jaar, met in ons hoofd de gedachte dat het annus horribilis, met name 1934, definitief achter ons lag. Slechter kon 1935 niet worden, dachten we… Een nieuwe start, een nieuw begin en samen staan we sterk! Ik hoor het je nog zeggen. Lang heeft die positieve gedachte niet mogen duren… We zijn pas vier dagen ver in het nieuwe jaar en de onweerswolken trekken weer samen boven de Wegvoeringsstraat nr 5! Hier is het opnieuw al kommer en kwel wat de klok slaat… Ik moet het kwijt, vandaar mijn brief naar jou.

 

Woensdagvoormiddag kreeg ik het bezoek van Luysterborgh, die zogenaamde architect  die zaterdag Van Ginderachter vergezelde bij diens zoveelste vruchteloze zoektocht in de kerk en de tekenacademie. Zaterdag hield die man zich wat op de achtergrond en ik had er absoluut geen goed gevoel bij. Sedert ik weet heb van het dubbele leven van mijn Arsène, -anders kan ik zijn aandeel in die malafide zaak niet noemen- ben ik voor jan en alleman op mijn hoede. Mijn zesde zintuig vertelde mij dat die architect niet was, wie hij voorwendde te zijn. Woensdag werd mijn vrees al bewaarheid! Inderdaad, Luysterborgh is helemaal geen bouwmeester, maar… hou je vast, hij is een commissaris bij de gerechtelijke politie in Gent! Hij heeft zich vastgebeten in het onderzoek van de diefstal van dat verwenste Lamgodspaneel. Van Ginderachter heeft de handdoek in de ring gegooid en alle gegevens  aan commissaris Luysterborgh overgemaakt. Van de verhoopte oplossing is helemaal niets in huis gekomen en de toekomst ziet er somber uit. Uit de woorden van Luysterborgh kan ik opmaken dat hij Arsène  als het brein achter de diefstal beschouwt. Hij gaat nu op zoek naar medeplichtigen, met als hoofddoel via hen het verdwenen kunstwerk op te sporen. Hij begon over van alles en nog wat vragen te stellen: hoe vaak Arsène naar Gent ging, wie hij daar opzocht, of Arsène vaak buitenshuis overnachtte, enz. enz. Hoe meer vragen hij stelde, hoe meer ik mij bewust werd van het feit dat ik Arsène blindelings vertrouwd heb en ik echt niets weet! Wat ben ik toch naïef geweest! Over mijn en jouw vermoedens dat neef Joseph en meester G. misschien iets met de zaak te maken hebben heb ik gezwegen als een graf, uit schrik dat door die verklaringen de hele familie Goedertier zich tegen mij zou kunnen keren. Ik mag er niet aan denken wat er zal gebeuren als er ook maar iets van deze verschrikkelijke zaak openbaar zal worden…

 

Na een slapeloze nacht kreeg ik dan donderdag verschillende boze klanten over de vloer: ze eisten hun spaarcenten op. Het voorzichtig polsen naar wanneer de zaken geregeld zullen zijn , is er niet meer bij. Ik moet dringend met Georges overleggen en tot een oplossing komen, zo kan dat hier niet blijven duren.

 

Je ziet Marie, alles komt als een stortvloed op mij af en het ergste van de hele zaak is dat ik geen oplossing zie. Ik voel me echt ellendig en weet niet wat ik moet doen. Ik houd me recht voor Dédé, voor hem wil ik nog strijden voor de goede naam en faam van de Goedertiers, maar hoe? Het grootste probleem is dat ik niemand, behalve jou, in vertrouwen kan nemen. Zelfs voor Van Ginderachter of De Vos moet ik op mijn hoede zijn. Willen zij mij echt wel helpen of dienen zij andere belangen? Ik weet het niet en die onzekerheid vreet aan mij.

 

Bedankt voor je luisterend oor en tot later,

vanwege

een moedeloze Julienne.

 

wp6fccb4ba.png
wp89979d84_0f.jpg
wp68692983_0f.jpg
wpae78bc40_0f.jpg
wpad48c9b0_0f.jpg
wp695266a1_0f.jpg